DIE ENE CLIËNT - 'Ik bescherm mezelf tegen te veel optimisme'
25 september 2026
In de rubriek 'Die ene cliënt' interviewt Marianne Verhoeff collega's die openhartig vertellen over een cliënt die hen zeer heeft geraakt of die een grote impact had op hun therapeutschap. In deze aflevering een verhaal over een groot dilemma rond een gezin.

Marianne interviewde voor deze aflevering een collega uit de vakgroep IKJ, die vertelt over de grote worsteling die ze ondervond door een complexe scheiding in een gezin, waarvan de moeder haar hulp voor haar zesjarige kind had gezocht. In haar eigen woorden vertelt onze collega over haar machteloosheid, die gedurende het proces alleen maar groter werd.
Het is al meer dan tien jaar geleden. De situatie zie ik nóg voor me, helder als glas. Een situatie waar ik wakker van heb gelegen. Ik kwam in contact met dit gezin omdat de moeder na haar scheiding hulp zocht voor haar zesjarige zoon. Bij een minderjarig kind moeten beide ouders toestemming geven voor therapie. De vader gaf echter geen toestemming. De moeder besloot toen om zelf voor hulp te komen. Ze hoopte zo indirect haar zoon te kunnen helpen.
Op het dieptepunt werd ik gebeld door de moeder. Haar zoon werd door de politie en een medewerker van de Kinderbescherming uit huis gehaald. Ik was er telefonisch getuige van. Alle geldende regels werden met voeten getreden. Er was politie in uniform in plaats van in burgerkleding, de raadsvrouw (de medewerker van de Raad van de Kinderbescherming) was een onbekende terwijl de regel is dat het kind de medewerker kent. De jongen ging er – geholpen door zijn broers – vandoor en werd onder het oog van de buurt door de politieagent achtervolgd.
Hij kon niet blijven op de school waar hij het goed naar zijn zin had en prima presteerde. Het kind werd uit zijn vertrouwde omgeving gehaald en bij familie ondergebracht die hij niet kende. Uiteindelijk moest hij bij zijn vader wonen en zag hij zijn moeder en broers lange tijd niet meer. Dat had de Rechtbank bepaald.
Als ik deze situatie terughaal, voel ik nog steeds mijn woede en machteloosheid. Die richten zich vooral op het systeem. Op hoe het eraan toegaat in de jeugdhulpverlening. Ik kreeg te maken met onervaren professionals, die in verslagen hun mening als feit weergaven. De rectificaties die ik samen met mijn cliënt opstelde, kwamen achter in het verslag terecht zonder dat de foute informatie uit het dossier verwijderd werd. De betrokken advocaten en rechters (tot hun oren in het werk) voerden blind op de aanbevelingen in het verslag van de professional. Er van uitgaande dat dat klopte.
Mijn machteloosheid werd almaar groter. Mijn cliënt werd niet serieus genomen, maar ik als hulpverlener ook niet. Hoe harder ik mijn best deed, hoe meer de raadsmedewerkers meenden dat ik partijdig was. Het patroon, waarin alles wordt omgedraaid, was ook voor mijzelf voelbaar. Dan wordt er gezegd dat het kind niet meer naar de vader wil, omdat de moeder het kind opstookt. De moeder wil een veilige omgeving voor het kind en dat was het niet. Haar ex-man was openlijk agressief waar het kind bij was en bleef erbij dat hij geen problemen had.
Het verhaal heeft een trieste afloop. De moeder mocht haar kind alleen bezoeken onder toezicht. Tijdens die bezoeken mocht ze niet zeggen dat ze haar kind miste. Dat werd onderbroken door de aanwezige begeleider. Elk bezoek opnieuw. Tot de moeder het niet meer aankon. En dan lijkt het te kloppen: moeder die emotioneel labiel is. Wat vergeten is, is dat ze dat is geworden door de situatie.
Ik heb ervan geleerd om in een eerder stadium strak de feiten op een rij te zetten. Ook zou ik nu nog meer moeite doen om de andere ouder nadrukkelijker uit te nodigen. Het meest pijnlijke verschil in mijn aanpak is dat ik nu een andere opstelling heb naar de jeugdhulpverlening, advocaten, de Raad en de rechtbank. Ik ga er niet meer vanuit dat zij het begrijpen, dat zij neutraal en gedegen onderzoek doen waarop zij hun beslissingen baseren. Ik bescherm mezelf tegen te veel optimisme.
Wat mij geholpen en gesteund heeft is mijn intervisiegroep en sparren met collega-therapeuten. Wanneer moet ik bijsturen, wanneer is het beter om wat achterover te leunen, hoe zorg ik ervoor dat ik zelf uit emotie blijf? Dat ik niet helemaal ondergedompeld raak in de situatie en dat ik de juiste afstand bewaar? En wat ik in de afgelopen jaren zeker anders doe is dat ik mij anders opstel in de communicatie met instanties. Als ik bijvoorbeeld tegenover medewerkers van de Raad zit die hun conclusies al getrokken lijken te hebben, dan breng ik eerst wat op betrekkingsniveau speelt ter sprake. Daar ben ik scherper in geworden.
Nu ik hier weer over praat, merk ik dat het voor mij belangrijk is om de woede en de machteloosheid om te zetten. Door te vertellen, er over te schrijven. Ik ben steeds weer zoekend naar manieren om positieve veranderingen teweeg te brengen die kinderen én ouders werkelijk beschermen. ![]()
![]()
Marianne Verhoeff interviewt in de rubriek 'Die ene cliënt' collega-therapeuten van de VIT over hun werk met cliënten, en dan met name over een specifieke cliënt die een grote impact heeft gehad op hun therapeutschap of die hen persoonlijk geraakt heeft. In de gesprekken vertellen ze openhartig en op basis van anonimiteit, zowel van de cliënt als die van de therapeut zelf, over hun ervaringen die vaak de essentie van ons vak raken.
Wil je ook vertellen over een cliënt waar je ooit mee vastliep of waar je misschien nu nog mee worstelt? Marianne: "Denk niet te snel dat jouw verhaal niet interessant is. Het is altijd herkenbaar voor collega's en juist daardoor ontzettend leerzaam." Haar mailadres: info@praktijkverhoeff.nl.