Psychosociale sector kan grotere rol spelen, maar er zijn wel drempels te overwinnen
20 juli 2026
De wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg zijn onaanvaardbaar lang. De druk op de ggz kan verminderd worden als ook de psychosociale sector zou worden ingeschakeld, al zou dat natuurlijk niet alle capaciteitsproblemen oplossen. Maar doorverwijzing naar psychosociale zorgverleners gebeurt niet of nauwelijks, omdat dit aanbod op overheidsniveau nog steeds niet wordt erkend. Dat is jammer, want de complementaire zorg zou wel degelijk een grotere rol kunnen spelen.

De Nederlandse ggz kondigde onlangs een nieuwe, landelijke aanpak aan om mensen sneller naar de juiste zorg te kunnen verwijzen. Via proactieve zorgbemiddeling kunnen de zorgverzekeraars verzekerden die langer dan veertien weken moeten wachten op zorg bij psychische klachten, helpen bij het vinden van een plek waar de cliënt eerder terecht kan. De aanpak is bedoeld om de onaanvaardbaar lange wachttijden in de geestelijke gezondheidszorg te verminderen. Maar waar is die plek te vinden? De inschatting is dat de nieuwe aanpak er niet toe zal leiden dat er tijdig hulp en ook preventieve zorg ingezet kan worden.
De druk op de ggz zou verminderd kunnen worden als ook de psychosociale sector zou worden betrokken bij de zorgbemiddeling. Maar dat is niet te verwachten. Helaas wordt dit aanbod op overheidsniveau nog steeds niet erkend en het wordt dus ook niet gefinancierd vanuit de zorgverzekeringswet. De nieuwe aanpak zal er dus vermoedelijk niet toe leiden dat clënten waarvoor dat passend zou zijn, verwezen worden naar een psychosociale therapeut.
Als de psychosociale sector wél zou worden betrokken bij de zorgbemiddeling, dan zou dat natuurlijk niet alle capaciteitsproblemen binnen de geestelijke gezondheidszorg oplossen. Maar de ruim 9000 professioneel werkende psychosociaal en complementair therapeuten die in Nederland actief zijn, zouden de druk op de geestelijke gezondheidszorg wel voor een deel kunnen verminderen. Het gaat om zorgverleners op minimaal hbo-niveau die geregistreerd zijn bij een beroepsvereniging en een koepelorganisatie (veelal RBCZ) en die voldoen aan alle wettelijke kwaliteitseisen volgens de Wkkgz en de WGBO. Essentieel in hun werk is de volledige en individuele afstemming op hun cliënten. Ook zijn de psychosociale zorgverleners in de regel breed geschoold.
Gezondheidsnetwerken
Ook via een andere route zou het mogelijk moeten zijn om de psychosociale zorgverleners een rol te laten spelen. In het hele land zijn inmiddels zogenaamde mentale gezondheidsnetwerken actief. Dit zijn regionale samenwerkingsverbanden van huisartsen, het gemeentelijke sociaal domein en de ggz. In deze MGN’s wordt via verkennende gesprekken gekeken welke hulp het meest passend kan zijn voor een bepaalde cliënt, zodat daarna in een keer goed kan worden doorverwezen. Maar ook hier wordt de psychosociale sector niet automatisch bij de samenwerking betrokken. Een uitzondering geldt in sommige gemeenten voor kinder- en jongerentherapeuten, wanneer deze zijn gecontracteerd in het kader van de jeugdzorg.
Toch zijn er ook positieve ontwikkelingen. Hoogleraar psychiatrie Jim van Os is een groot pleitbezorger van een bredere aanpak van de zorg voor mensen met hulpvragen op geestelijk gebied. Zijn belangrijkste kritiek op de geestelijke gezondheidszorg is dat de ggz te snel diagnosticeert en te vaak vanuit de DSM-classificatie werkt, terwijl psychisch lijden volgens hem vaak voortkomt uit verlies van verbinding, zingeving of context. Om dat te kunnen behandelen heb je geen DSM-diagnose nodig, aldus de hoogleraar.
Van Os ontwikkelde het Ecosysteem Mentale Gezondheid, een regionaal netwerk dat breder kijkt dan alleen naar de ggz en de huisartsenzorg. Ook psychosociale therapeuten zouden wat hem betreft in dit ecosysteem passen. In verschillende regio’s zijn al pilots aan de gang met zogenaamde veranderateliers, waarin huisartsen, gemeenten, het welzijnswerk en andere zorgverleners samenwerken. Deze initiatieven zijn onder andere actief in Noordwest-Veluwe/Zeewolde, Doetinchem, Deventer, Nijmegen en Amsterdam Zuidoost.
Psychosociaal Nederland
Een andere ontwikkeling is het contact dat het samenwerkingsverband Psychosociaal Nederland (PSNL) heeft met de landelijke vereniging van Praktijkondersteuners Huisartsen Geestelijke Gezondheidszorg (LV POH-ggz). PSNL, gevormd door vijf beroepsverenigingen in de psychosociale sector, heeft een voorstel gedaan voor een pilot waarmee patiënten kunnen worden doorverwezen naar leden van de beroepsverenigingen die bij PSNL zijn aangesloten. Beroepsvereniging LVPW heeft hier al een plan voor ontwikkeld, waarmee de psychosociaal therapeuten aanvullend zouden kunnen werken als vervolgtraject op het werk van de POH’ers.
De praktijkondersteuners kunnen zelf slechts een kortdurende behandeling of begeleiding geven en moeten patiënten meestal al na een of twee adviesgesprekken doorverwijzen. Maar door de lange wachtijsten in de ggz is dat niet goed mogelijk. Een traject bij een passende psychosociaal therapeut zou in deze situatie zeker een uitkomst kunnen bieden.
Paul Houkes
Meer informatie:
Nederlandse ggz, Proactieve Zorgbemiddeling: https://www.denederlandseggz.nl/nieuws/2026/nieuwe-landelijke-aanpak-helpt-mensen-sneller-naar-de-juiste-zorg
Mentale gezondheidsnetwerken: https://www.mentalegezondheidsnetwerken.nl/
Prof. Jim van Os, Ecosysteem Mentale Gezondheid: https://www.psychosenet.nl/over-psychosenet/visie-van-psychosenet/het-vastlopen-van-de-ggz/
Samenwerkingsverband Psychosociaal Nederland: https://www.psychosociaalnederland.nl/