'Ik vind dat we duidelijker gezien moeten worden'

'Ik vind dat we duidelijker gezien moeten worden'

22 januari 2026

Ze heeft er inmiddels bijna vijf jaar op zitten als voorzitter van de VIT. Nog ruim een jaar, dan stopt Anneke Dorrestein ermee. Een goed moment om met haar terug te kijken op de afgelopen periode en ook vooruit, naar wat ze in de komende maanden nog graag voor elkaar zou willen krijgen, waar ze zich nog volop voor wil inzetten. Want, zegt ze: "Ik vind de complementaire zorg ontzettend belangrijk. De vernieuwing die er in zit. Ik vind dat dat niet voldoende gezien wordt door de overheid. Onze manier van werken is heel belangrijk voor het mens-zijn en voor de samenleving."

Eigenlijk is vijf jaar nog niet eens zo'n lange periode, afgezet tegen het 32-jarige bestaan van de Vereniging van Integraal Therapeuten. Maar het is wel een tijd waarin er heel veel is gebeurd en in beweging gezet, vaak in positieve zin, soms ook minder gunstig. Anneke Dorrestein, binnenkort 70, heeft daar als voorzitter van de beroepsorganisatie ruimschoots haar steentje aan bijgedragen. Met veel plezier, benadrukt ze. Want de complementaire zorg draagt ze in haar hart en dat geldt ook voor haar liefde voor het verbinden van mensen: twee zaken die je als voorzitter van het bestuur hard nodig hebt.

Als ze terugkijkt op die vijf jaar, dan moet ze ook constateren dat het best een heftige periode is geweest. Een tijd waarin er heel veel gaande was in zorgland, ook rond de erkenning van de complementaire zorg. "De bezuinigingen die steeds spelen. Andere beroepsverenigingen die niet verder kunnen en daarom willen samengaan. En dan de eisen die de zorgverzekeringen stellen, nieuwe wetgeving…"

“Er zijn nogal wat zaken die zich op verschillende vlakken voordoen waar je als beroepsorganisatie geen zicht op hebt en waarover je dus niet kunt meepraten”, zegt Anneke. "Zoals het feit dat de VGZ de kinder- en jongerentherapie eruit heeft gegooid. Dat hoor je dan pas achteraf. Ik vind dat heel erg, omdat ik denk dat ons aanbod zo belangrijk is en als voorzitter voel ik me verantwoordelijk dat dit voor de leden in orde is.”

'De verbinding met de leden
is voor mij essentieel'

In haar werk als voorzitter vragen dit soort dingen veel energie, zegt Anneke. Niet alleen wat er in de buitenwereld speelt, maar ook intern, zoals goed in de gaten houden dat het bestuur de verbinding met de leden niet verliest. "Dat is voor mij essentieel. Wat speelt er? Wat hebben mensen nodig? Dat is van belang: hoe we dát in ons werk goed neer kunnen zetten."

Het is dus geen gemakkelijke periode waarin we zitten. Maar er zijn ook positieve ontwikkelingen, benadrukt de voorzitter. Zoals het feit dat de complementaire zorg wel degelijk een bepaalde positie heeft verworven. "Nog niet bij de overheid of de zorgverzekeraars, denk ik. Die zijn vooral aan het bezuinigen, want ze verdienen er niks aan, vinden ze. Maar we worden wel steeds beter gezien door reguliere hulpverleners.”

Groter

De VIT heeft zelf niet stilgezeten in de afgelopen vijf jaar. De beroepsvereniging is gegroeid doordat andere organisaties zich hebben aangesloten; in het afgelopen jaar de lichaamsgerichte therapeuten van de SBLP en ook het NVECP, de koepel van leden met Europees Certificaat Psychotherapie. Eerder al waren er andere verenigingen die zijn samengegaan met de VIT. Dat doet natuurlijk wel iets met de organisatie. Anneke: "Ja, het wordt groter. En iets wat dit jaar wel duidelijk wordt: hoe ervaren de leden dit? Ik hoor ook wel terug: 'ik ben eigenlijk het contact met de VIT kwijt' en de opmerking 'zijn er nog mensen die ik ken?’ Dan denk ik: oh, wacht even, het is belangrijk dat we dit contact houden. Jammer genoeg hebben we het afgelopen jaar geen inspiratiedag gehad. Het werd teveel en er was ook geen werkgroep om het te organiseren.”

Dit soort effecten komen niet alleen omdat de organisatie groter wordt, zegt Anneke. "Het komt ook omdat mensen met pensioen gaan. Ik zie het ook: mensen die ik al heel lang ken stoppen met hun praktijk: het is genoeg geweest. En ik snáp het. Maar de verbinding heeft dan extra aandacht nodig. Het opzetten van vakgroepen is een positieve ontwikkeling, omdat veel therapeuten die elkaar kennen en vaak samen zijn opgeleid, dan weer de verbinding voelen met collega’s in hetzelfde werkveld. Tegelijkertijd nodigt het ook uit om anderen te leren kennen. Ik vind dit een hele goede oplossing. Dan heb je natuurlijk wel mensen nodig die daar hun schouders onder zetten. En dat er een sfeer ontstaat die maakt dat mensen hier aan willen bijdragen."

Ook op andere terreinen heeft de VIT de laatste jaren een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt, zegt de voorzitter. Het maken van witboeken, functieprofielen, het instellen van een continuïteitscommissie, elk jaar de ISO-certificatie. "Dat we alles op papier geregeld hebben, daar hebben we hard aan gewerkt. Het is belangrijk om als organisatie dat soort dingen professioneel op orde te hebben.”

Rustiger aan
’Het is nog geen tijd voor afscheid…’.

Voor Anneke zelf nadert langzamerhand het moment dat ze het rustiger aan kan gaan doen, dat ze aan haar eigen pensioen kan beginnen. Over ruim een jaar, in april 2027, loopt haar tweede termijn als voorzitter af. Dat zal het moment zijn dat ze haar taak als voorzitter overdraagt. "Toen ik aan de tweede periode begon heb ik dat ook gezegd: dit is mijn laatste periode als voorzitter. In april 2027 draag ik het over. Dus ja, dan zal iemand anders mij opvolgen.”

Er is ruim een jaar de tijd om een goede opvolger te vinden. Wat Anneke betreft begint die liever al eerder, zodat hij of zij goed kan worden ingewerkt. "Het moet iemand zijn met enige ervaring en een zekere zwaarte, iemand die kennis van het veld heeft. Maar hij of zij moet zich ook in deze rol ontwikkelen natuurlijk. Daarom ook de inwerkperiode.”

Tijd voor een afscheid is het nu dus nog lang niet. Voor haar laatste jaar als voorzitter ziet Anneke nog allerlei belangrijke taken. "Voor mij is in de komende tijd het contact met de zorgverzekeraars wel het belangrijkste en ook met VWS, als er een stabiel kabinet is. Ik vind dat de waarde van ons werk  duidelijker gezien moeten worden. Het is wel lastiger om bij zorgverzekeraars binnen te komen. Vaak hebben ze geen portefeuillehouder meer voor de complementaire zorg, of zoals zij het noemen voor de alternatieve geneeswijze. Ook ons lidmaatschap van de EAP verdient aandacht.” 

Vergoedingen

Het is een feit dat steeds minder cliënten aanvullend verzekerd zijn en dat de vergoedingen vanuit het aanvullende pakket minimaal zijn. Zouden we misschien moeten accepteren dat het met de vergoedingen gewoon een keer definitief ophoudt?

Anneke begrijpt de vraag, maar ze wil toch niet zomaar mee met die gedachte. "Ik begrijp wat je bedoelt, Paul. Maar ik zou het geen goede ontwikkeling vinden. Doordat de zorgverzekeraars dit in het aanvullende pakket hebben, zijn er ook duidelijke regels voor de praktijkvoering. Als dat helemaal losgelaten wordt, wat gebeurt er dan? Blijft de kwaliteit gehandhaafd? Nu zien therapeuten dat ze gewoon moeten voldoen aan de wet en kwaliteitseisen. Een belangrijke reden om lid te zijn van een beroepsvereniging. Als je dat weghaalt... dat zou ik een zorgelijke ontwikkeling vinden.”

'Marketing past eigenlijk niet
binnen de sfeer van ons beroep'

De voorzitter zou het ook een verarming vinden als therapeuten noodgedwongen veel meer aan marketing zouden moeten doen om zichzelf te profileren, om hun praktijk draaiend te kunnen houden. "Het gaat nu van mond tot mond. Als je goed je werk doet, dan heb je als therapeut LinkedIn helemaal niet nodig. Ik vind marketing eigenlijk ook niet passen binnen de sfeer van ons beroep. En daarbij: de samenwerking met reguliere hulpverleners komt op gang. Maar als wij niet meer vergoed worden, dan kunnen ze cliënten ook niet meer naar ons doorsturen. Want dan moeten cliënten het zelf betalen en dat kunnen ze vaak niet.”

Dat de behoefte aan onze manier van werken binnen de complementaire zorg juist erg groot is, dat ziet Anneke regelmatig. Ook in de vakgroep kinder- en jeugdtherapie ervaart ze dat heel sterk. "Kijk naar de jeugdzorg wat daar gebeurt. Daar wordt niet behandeld in de zin van therapie en wordt het kind niet gezien. Het zijn juist de kinder- en jongerentherapeuten die behandelen. Zij betrekken, naast het echt zien van het kind, de ouders erbij. Zij kijken naar het systeem om te zien wat hierin aan verandering nodig is, in het belang van het kind. “

“Ik zie dat onze manier van werken heel belangrijk is voor het mens-zijn en voor de samenleving. Daarom vind ik het ook zo belangrijk dat de kwaliteit er is. En dat begint ook met de opleidingen. Let op. Hou de kwaliteit scherp en sta ook open voor nieuwe dingen. Blijf kijken, sluit je niet af.  Dat is waar ik voor sta.”

Paul Houkes

Labels:
Sluiten

Cookies op deze website

Deze website maakt gebruik van cookies om goed te functioneren. Als je wilt aanpassen welke cookies we mogen gebruiken, kan je jouw cookie-instellingen wijzigen. Meer informatie is beschikbaar in onze privacyverklaring.

Cookie instellingen

Strikt noodzakelijk 0 cookies

Je ontvangt strikt noodzakelijke cookies, omdat ze nodig zijn voor het juist functioneren van deze website. Deze cookies kun je niet uitschakelen.

Geen cookies gevonden

Voorkeuren 0 cookies

Deze website slaat jouw voorkeuren op zodat deze bij een volgend bezoek kunnen worden toegepast.

Geen cookies gevonden

Analyse 0 cookies

Deze website analyseert het gebruik ervan, zodat we functionaliteit daarop kunnen aanpassen en verbeteren. De gegevens zijn anoniem.

Geen cookies gevonden

Tracking 0 cookies

Deze website analyseert je bezoek om de inhoud beter op jouw behoeften af te stemmen.

Geen cookies gevonden

Extern 0 cookies

Deze website maakt gebruik van externe functionaliteit, zoals Social Media deelmogelijkheden.

Geen cookies gevonden