Het traumamodel van Franz Ruppert: een integratieve benadering
In ons werk staat vroegkinderlijk trauma centraal. De lichaamsgerichte benadering, welke dan ook, biedt de mogelijkheid om verder te kijken dan wat het breingeheugen kan aanreiken in herinneringen. Bovendien kan het brein ook nog zelfstandig ’sleutelen’ aan herinneringen door ontkenning, vervorming en vermijding.
Het lichaamsgeheugen reikt verder terug – pas vanaf 2,5 of 3 jaar maken we herinneringen aan in ons brein - en het kan niets manipuleren, het is een een-op-een reactie. De combinatie van lichaamsgericht werken met het traumamodel van Franz Ruppert, bekend als de Identiteitsgeoriënteerde Psychotraumatheorie (IoPT), vormt een vrij unieke benadering van vroegkinderlijk trauma. Het laat zien hoe het trauma zich innerlijk afsplitst, wat de innerlijke dynamiek is tussen trauma en overleving en hoe het gezonde deel en het traumadeel kunnen integreren.
In de online Inspiratiebijeenkomst doe je zelf een ervaring op hoe je hiermee eenvoudig en efficiënt kunt werken in je eigen praktijk.
Het model van Franz Ruppert is gebaseerd op systemische principes uit familieopstellingen en inzichten uit de hechtingstheorie. Ruppert stelt dat trauma – in het bijzonder vroegkinderlijk en relationeel trauma – leidt tot een innerlijke splitsing. Deze splitsing is een overlevingsmechanisme dat zich ontwikkelt wanneer een kind overweldigd wordt door ervaringen die het psychisch en emotioneel niet kan verwerken. Hij onderscheidt drie ‘delen’ die ontstaan uit deze splitsing:
Het gezonde deel: het oorspronkelijke, niet-getraumatiseerde deel van het zelf, dat in staat is tot echte verbinding, reflectie, autonomie en emotionele beleving.
Het traumadeel: dit deel bevat de pijn, angst, wanhoop en verlatingservaringen die horen bij het oorspronkelijke trauma. Het blijft vaak onbewust aanwezig, tenzij het wordt geactiveerd.
Het overlevingsdeel: dit deel ontwikkelt strategieën om de confrontatie met het traumadeel te vermijden. Voorbeelden zijn perfectionisme, verslaving, controle, rationalisatie, pleasen of vermijding van intimiteit.
De overlevingsdelen zoals Ruppert die benoemt in zijn model staan gelijk aan de karakterstructuren die Alexander Lowen ontwikkeld heeft in de bio-energetica. Ze isoleren de 'traumawond’ om die te beschermen, maar vormen uiteindelijk een blokkade op emotioneel, psychisch en energetisch niveau. Daardoor belemmeren ze authentiek contact met het Zelf, met de levensenergie en met anderen.
In mijn aanpak combineer ik het model van Ruppert met het energetisch lichaamswerk. Het uiteindelijke doel is het herkennen van de drie posities in je eigen lichaam, zodat je vanuit dat bewustzijn kunt navigeren in je innerlijke dynamiek rondom vroegkinderlijk trauma.
Een tweede doel is het integreren van het traumadeel in het volwassen deel, zodat de splitsing door het overlevingsdeel kan verdwijnen.
Meis Thewissen