De adem als co-therapeut
Je zit tegenover je cliënt. Jullie zijn in gesprek. En terwijl je luistert naar wat er gezegd wordt, registreer je waarschijnlijk ook de lichaamstaal. De ingehouden schouders. De wegkijkende blik. De trillende handen.
Maar kijk je ook naar de adem? Die snelle, oppervlakkige ademteugen. Die diepe zucht die niet lijkt op te luchten. Die kleine pauze, net iets te lang, voordat de volgende ademhaling komt. De adem kan je als therapeut informatie geven. Over waar je cliënt mogelijk vastzit. Over waar een kwetsuur zou kunnen liggen.
Cliënten komen vaak met een algemene vraag: ik wil meer in mijn lijf zijn. Thema’s zijn daarmee ook vaak nog onbewust. Vaak zoeken we daarbij naar de juiste interventie, de juiste woorden of aanraking. Maar wat als er al een krachtige co-therapeut aanwezig is, die continu informatie geeft, reguleert en uitnodigt tot verandering? Wat als we leren samenwerken met iets dat altijd al meebeweegt: de adem? Door de adem te gebruiken maak je dat wat onbewust is meer bewust.
De adem is er vanaf het eerste moment in de baarmoeder en verlaat ons pas bij de dood. Ze beweegt grotendeels autonoom, aangestuurd door het zenuwstelsel, en is tegelijkertijd bewust te beïnvloeden. Juist die dubbele aansturing maakt de adem zo’n uitzonderlijk therapeutisch instrument. De adem vormt een brug tussen het onbewuste en het bewuste, tussen lijf en reflectie, tussen wat zich aandient en wat gezien kan worden.
Waarheid
Wie leert kijken naar de adem, krijgt een schat aan informatie. Hoe iemand ademt zegt iets over veiligheid, over nemen en ontvangen, over ruimte innemen, over controle en over vitaliteit. De adem vertelt waar energie stroomt en waar zij stokt. Waar iemand zichzelf inhoudt, optilt, leegloopt of juist vastzet. In die zin vertelt de adem vaak eerder de waarheid dan woorden dat doen.
Tegelijkertijd vraagt werken met de adem om zorgvuldigheid. Ademwerk kan verdiepend en helend zijn, maar ook ontregelend als er te snel, te intens of zonder voldoende bedding wordt gewerkt. Juist daarom is vertraging essentieel. Veiligheid, gronding en afstemming vormen de basis. De adem vraagt niet om ‘meer doen’, maar om beter luisteren.
Binnen de Energetic Cycle of Breath (ECoB), ontwikkeld door Jack Painter, wordt de adem benaderd als een ontwikkelingsmodel. Dit model verbindt adempatronen aan vroege ontwikkelingsfasen en karakterstijlen*. Elk adempatroon weerspiegelt een intelligente aanpassing aan omstandigheden van toen. Wat ooit nodig was om te overleven, kan later een beperking worden. In de ECoB maken we onderscheid tussen gezonde en geblokkeerde adem, niet om te pathologiseren, maar om te herkennen waar beweging mogelijk is.
De eerste drie fasen (van de vijf in totaal) van de ECoB – veiligheid, voeding en verkenning – vormen een fundament. In de veilige adem gaat het over welkom zijn, landen in het lichaam, mogen bestaan. Hier is de adem rustig en gaat zoals die gaat. De geblokkeerde kant brengt fragmentatie en angst met zich mee. In deze fase is de therapeut vooral bedding gevend en welkom hetend.
In de voedende adem verschuift de focus naar innemen. Mogen ontvangen, opladen, jezelf voeden. Hier laat de adem vaak zien hoe moeilijk het kan zijn om werkelijk te nemen zonder direct leeg te lopen.
De verkennende adem brengt nieuwsgierigheid, spelen en kracht. Hier wil het lichaam de wereld in. Spel en ontmoeting zijn sleutelwoorden. Aan de geblokkeerde kant ontmoet je mogelijk een optilling in het lijf, meer energie in het borstgebied. De uitademing wordt dan essentieel: ontladen, zakken, contact houden met de grond.
'Wij-ruimte'
Wat de ECoB tot een therapeutisch ademmodel maakt, is niet alleen de koppeling aan karakterstijlen, maar vooral de manier van begeleiden. De adem wordt nooit los gezien van contact. Afstemming, resonantie en spiegeling zijn cruciaal. Als therapeut gebruik je je eigen lichaam als instrument: je ademt mee, je voelt wat er in jou gebeurt en gebruikt dat als informatie. Je beweegt voortdurend in dat lemniscaat van aandacht: grotendeels bij jezelf, en van daaruit bij de cliënt. Zo ontstaat een ‘wij-ruimte’ waarin verandering kan plaatsvinden.
De adem als co-therapeut vraagt om vertrouwen. Vertrouwen dat het lichaam weet wat het doet. Dat er geen vast programma nodig is, maar wel aanwezigheid, moed en nieuwsgierigheid. Elke ademsessie ontvouwt zich anders. Soms subtiel, soms krachtig. Altijd in dialoog met wat zich aandient.
Nina Charlie Pennock en Marianne Verhoeff

Marianne Verhoeff, Catharina de Boer en Nina Charlie Pennock geven van 10 t/m 12 juli 2026 voor Bodymind Opleidingen de zomerworkshop Levensluchtig: de ECoB-nascholing. De workshop is door de VIT geaccrediteerd voor 12 uur PeP en 6 uur PsBK. Hier lees je meer over deze bijscholing.
* Wil je meer lezen over de karakterstijlen? Dan is het boek De Maskermaker een aanrader.